• Artsen klagen elkaar aan bij de tuchtrechter

Artsen klagen elkaar aan bij de tuchtrechter

Naast patiënten dienen ook artsen zelf in toenemende mate klachten in tegen andere artsen.

Bij de tuchtcolleges voor de gezondheidszorg spelen niet alleen klachten van patiënten tegen zorgaanbieders, die onder het tuchtrecht van de wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) vallen. Steeds vaker dienen BIG-geregistreerde zorgaanbieders klachten tegen elkaar in. Dat kan op basis van de zogeheten 2e tuchtnorm, mits het handelen - waarover geklaagd wordt - voldoende weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg in het algemeen.

Het Centraal Tuchtcollege (CTG) kreeg onlangs de volgende casus te behandelen: een BIG-geregistreerde arts laat zich in een informatieblad over geneesmiddelen kritisch uit over een door psychiaters regelmatig voorgeschreven geneesmiddel tegen ADHD. Een psychiater stelt dat de kritiek niet juist is en onrust bij deze categorie patiënten heeft veroorzaakt. Hij vindt de geuite kritiek klachtwaardig en dient een klacht in.

Het Centraal Tuchtcollege toetst eerst of aan de voorwaarde is voldaan, dat het interview voldoende weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg in het algemeen en beantwoordt die vraag bevestigend.

Dan komt vervolgens de vraag of in het artikel de grenzen zijn overschreden. Het CTG stelt voorop dat een kritisch debat over dit geneesmiddel moet kunnen plaatsvinden zonder dat - zoals het CTG overweegt - ieder woord op een goudschaaltje moet worden gewogen omdat de tuchtrechter meekijkt. In dit geval werd de grens niet overschreden.

Dat was wel het geval in een zaak die recent speelde voor het Regionaal Tuchtcollege in Eindhoven: twee BIG-geregistreerde deskundigen stonden in een strafzaak diametraal tegenover elkaar met hun mening over de verdachte, maar de een liet zich in een TV -interview zeer laatdunkend uit over de mening en deskundigheid van de ander. Dat was volgens het tuchtcollege ontoelaatbaar en dus klachtwaardig.

Zo verplaatst het tuchtrecht zich ook naar zorgaanbieders onderling en daar was het aanvankelijk niet voor bedoeld.